Ik ben de wind



Afgelopen herfst werkte ik voor Maatschappij Discordia en TG STAN aan de vertaling van Eg er vinden van Jon Fosse (2007). Het was een last minute-plan van acteurs Matthias de Koning en Damiaan De Schrijver, want “er was nog een gaatje in de programmering voor dit seizoen”.

Normaal worden voorstellingen minstens een jaar van te voren geboekt, maar nu moesten er een maand of twee van te voren dus nog speelplekken gevonden worden. Enkele theaters in Nederland hadden nog wel plek, dus de voorstelling ging na de première in Frascati (Amsterdam) op 20 december nog naar de Toneelschuur in Haarlem en Kikker in Utrecht. Monty in Antwerpen heeft nog een paar data bijgeboekt eind februari en daarna is het alweer over. Gelukkig blijft de voorstelling bij Discordia en STAN op het repertoire, en zal zeker  terugkeren in een volgend seizoen.

Omdat Matthias en Damiaan de voorstelling zelf zouden spelen, en Damiaan uitsluitend prachtig Vlaams spreekt, zijn we met zijn drieën tot een ‘spelersversie’ gekomen, een lichte bewerking van de vertaling waarin onder meer alle replieken van personage “De Ander” in het Vlaams zijn. Het was even wennen om op die manier te werken, maar ook erg leuk. Vertalen is een solitair vak, soms tot mijn verdriet, dus met twee flamboyante heren een zonnige dag lang op een terras in Amsterdam aan de tekst werken vormde een prettige afwisseling. En het resultaat is de moeite, zowel de tekst als de voorstelling zijn wat mij betreft geslaagd.

Het tekstboekje is uitgekomen bij De Nieuwe Toneelbibliotheek en bevat zowel de ‘schone’ vertaling uit het Noors als de spelersversie. Het boekje is hier online te bestellen.

De voorstelling leverde twee recensies op, beiden zeer positief:

“Het is een weergaloos mooie toneeluitvoering, raadselachtig, enerverend op ingehouden manier en poëtisch (…) De vertaling is van Maaike van Rijn; de acteurs zelf maakten er een toneelspelersversie van. In de boekuitgave door De Nieuwe Toneelbibliotheek staan beide versies afgedrukt, zodat er na het zien van de voorstelling nog veel moois te lezen is.” – Kester Freriks op Theaterkrant.nl, 21/12/2018

“De twee vrienden in Eg er vinden (naar een tekst van Jon Fosse, voor het eerst naar het Nederlands vertaald door Maaike van Rijn) maken een boottochtje. Terwijl de een (De Schrijver) steeds contact probeert te maken met zijn reisgenoot, zakt de ander (De Koning) steeds verder weg in duistere overpeinzingen. Loepzuiver vangt de tekst een gevoel van wegdrijven, het verloren gaan van een vriendschap, van contact, van de wil om verder te leven. Vanwege de elliptische vorm en het bewuste gebrek aan dynamiek blijft de inhoudelijke reikwijdte van Eg er vinden bescheiden – het is niets meer en niets minder dan een onderdompeling in een bepaalde staat van zijn. De existentiële onmacht die in het stuk centraal staat wordt echter buitengewoon tastbaar: dankzij de onnadrukkelijkheid van de voorstelling glipt het geheel als zand tussen je vingers door, en blijft er alleen een gevoel van ongrijpbaar verlies achter.
– Marijn Lems in NRC Handelsblad, 27/12/2018