EU grants funding for New Norwegian Theatre project

Yesterday I received some very good news from the EU (Creative Europe) on behalf of my Norwegian drama-project: my application for funding has been granted! Several Dutch pro’s (working for different funds) had told me this would never happen, but I can be rather stubborn when it’s needed. Proving them wrong is a very nice side effect indeed.

Below are excerpts from the report the EU’s external experts wrote about my application – I’ve never received such a outstanding report card before. They have truly taken the trouble to scrutinize all fourty-something pages of the application, and are incredibly supportive of my plans. We received a perfect score, 85 out of 85 – the last 15 points were reserved for winners of the EU Prize for literature, which is not given to drama, and were therefore non applicable.

What does this mean for the project? We’ve now covered some 65% of the overall budget. There’s still a large part that needs funding as yet – but with the EU’s glowing report  it might have now become just a bit easier to find those last funds willing to tie their name to this project. I’ll keep you informed.


Excerpts from the letter and evaluation report from Creative Europe:

A panel of external experts assisted the Evaluation Committee in the evaluation of your application against the award criteria indicated in the Call for proposals. The selection decision is based on the quality of the application, its relative position in comparison with the other applications submitted and the budget available.

I am pleased to inform you that your application received 85/100 points and has therefore been selected for EU co-funding. For your information, out of the 242 applications submitted, 39 have been selected for funding.

Evaluation Report

Relevance: 40/40
The project is highly relevant in terms of supporting the circulation of lesser used languages and less represented genres. It is also worth highlighting the publisher’s brave initiative, bearing in mind independent publishers specialising in drama are forced to renounce their activity due to the publishing crisis in their field all over Europe. Therefore, such an important cultural initiative is to be welcomed and considered as a truly courageous act.

The publisher has a digital distribution strategy which involves doing print-on-demand editions of the books with initial short print-runs of 100 copies. Though this implies a limited distribution, it is totally appropriate and reasonable given the very narrow niche market these kind of books have. The distribution strategy is very well-planned and relevant to ensuring the widest accessibility of the works, including the use of digital technologies.

At the festival in Amsterdam to promote the selected titles, translators and playwrights will take part in workshops for students. The project contributes to transnational circulation of works of European literature. Access to them is guaranteed by a thoughtful well-planned digital distribution of a print-on-demand edition in online websites, bookstores, libraries and theatre venues, thus ensuring the widest accessibility of the works, including the use of digital technologies.

Quality of the content and activities: 25/25
[Both] the publisher, Mrs Ditte Pelgrom, and the project coordinator, Maaike van Rijn, have a sound career in the theatre world in The Netherlands. Mrs. Ditte Pelgrom has been successfully running the press since 2009, and Maaike van Rijn, apart from translating, has worked in the marketing and publicity area. As a whole, the team has a relevant and sound background. Human resource allocations are adequate.

The budget shows relevant costs and is broken down in detail. Fees are, in general, within normal standards. The publisher declares having asked for additional funding for the titles to other organisations, both for translation and publication costs and for promotion costs. The time-table is clear and realistic. The main promotional event, a mini-festival, is set for May 22, 2017, three weeks after publication date of all the works, which is a correct timing.


The quality of the works is high. All of them have been translated into at least two other languages already, have been championed by Norwegian and Dutch theatre professionals and had some other form of endorsement, like media coverage or prize nominations. The publisher has also tried to choose a variety of voices that works as a little showcase of the diversity within Norwegian theatre, all of them dealing with human issues that spark reflection. Overall, the plays deal with the depth of intimate relations, about control and love, a dysfunctional family, personal notions of right and wrong. Thus, this mini-anthology showcases five very different voices, whose literary quality is excellent.


All translators involved are specialized and experienced in translating drama. Moreover, their experience is very relevant to the nature of the works to be translated. In the case of a young translator, her lack of experience in translating drama is countered by her being mentored by a senior translator, who has 30 years of experience. Furthermore, the very good editorial policy in the field of translation is confirmed by the fact that editors at DNTB always have several rounds of corrections and discussion with the author/translator before final publication. Therefore, they will have the possibility to discuss every linguistic and literary nuance of the source text and deliver high-quality translations.


Promotion and communication of the translated package: 20/20 The promotion strategy is clear, detailed and relevant to the project’s subject matter, especially focusing on theatre-related outlets and venues. The main promotional event will be a one-day festival with readings of the texts by Dutch actors, and a meeting/dinner with Norwegian authors and the translators too. The promotion strategy is not only clear and realistic, but also very detailed and articulated.


im_w1200_1739_8

verse column voor Filter

Mijn tweede column voor ‘vrijdag vertaaldag’ in Filter, tijdschrift over vertalen staat deze week online. Over situationele aspecten in dramatische teksten, aan de hand van de eerste scène van Shakespeare’s De Storm.

link naar de site van Filter

licornehaddock

Eerste subsidie voor Noors toneelproject toegezegd

Goed nieuws uit Noorwegen: een van mijn aanvragen voor deelsubsidie van het Grote Noorse Toneelproject is gedeeltelijk gehonoreerd. Ik ben er vooral erg blij mee omdat de organisatie in kwestie, NORLA, niet gewend is aan aanvragen voor toneelstukken. Zij sponsoren officieel de vertaling van Noorse literatuur, maar dat zijn bijna altijd romans. Ook de EU is duidelijk niet gewend aan aanvragen voor publicatie van toneelvertalingen, zoals uit hun aanvraagformulier bleek.

Zo dreigden we overal net buiten de subsidieboot te vallen, ook al voldeden we nog zo mooi aan alle criteria van de diverse fondsen.
Er zit namelijk nogal wat verschil tussen de publicatie van romans en van drama. Voor het eerste genre is publicatie feitelijk het eindpunt, daarna is het aan het publiek om het boek wel of niet te kopen. Voor drama is dat anders. Het grote publiek leest geen of nauwelijks toneelstukken, maar het gaat wél naar opvoeringen van die stukken door professionele gezelschappen.  Deze ‘makers’ in Nederland en Vlaanderen zijn dus ons primair beoogde publiek. Een oplage van 100 exemplaren is in principe ruim genoeg om hen te bereiken; er hoeft er maar één te zijn die het stuk op wil voeren en het publiek verhonderdvoudigt – waarna er altijd boekjes kunnen worden bijgedrukt om bij de voorstelling te verkopen.

Om de makers te interesseren voor een bepaald stuk, moet er eerst een goede vertaling beschikbaar zijn; onbekend maakt onbemind. Wanneer het werk van een toneelauteur hier eenmaal succesvol opgevoerd is, let de sector zelf wel op wat er verder van zijn of haar hand verschijnt; maar zolang hij/zij volstrekt onbekend is en ook nog schrijft in een taal, die verreweg de meesten niet machtig zijn, zullen ze hem zelf niet snel vinden. Er zijn na alle bezuinigingen van de afgelopen jaren nou eenmaal weinig mensen in de sector die veel tijd kunnen stoppen in het ontdekken en  bijhouden van wat er gebeurt in het theater buiten het Nederlandse, Engelse en Duitse taalgebied.

Publicatie is bij een toneelstuk dus slechts een noodzakelijke stap op de route naar eventueel succes. De daarmee gemoeide kosten echter zijn onderhand net zo hoog als die voor een roman, terwijl de ‘opbrengst’ (in de zin van : succes bij een groot publiek) meer inspanning vergt en langer op zich laat wachten. De persoon die je aanvraag beoordeelt vanuit een fonds – en gewend is aan romans – moet dus wel met je mee willen denken: als hij of zij niets met toneel heeft en alleen naar de aantallen in de standaardhokjes op het formulier kijkt, kun je je subsidie vergeten.

Dat NORLA ondanks hun aanvankelijke bedenkingen over de kleine oplages toch een heel behoorlijk bedrag heeft toegezegd voor twee van de vier stukken – voor de andere twee moeten we in een volgende ronde opnieuw aanvragen, want ze behandelen maar twee aanvragen per keer – vind ik heel erg fijn, en een goed teken. Er is één schaap over de dam. Nou de rest nog.

 

shaun-the-sheep-Lucu

Not going anywhere

Na een wat chaotische zomer ben ik weer vrolijk aan het werk gegaan met een paar kleinere opdrachtjes. Op de subsidieaanvragen voor het Noorse toneelproject (er lopen er nu drie) is nog geen antwoord gekomen, ik wacht het dus rustig af en zoek ondertussen verder naar binnen- of buitenlandse fondsen die de laatste stukjes begroting willen helpen financieren. De Revisor van het NT werd deze week nog een paar keer gespeeld in het kader van het Theaterfestival in Amsterdam, leuk om dat weer te zien. Sommige voorstellingen gaan niet snel vervelen.

Verder heb ik een stapje gezet richting het vertalen van literatuur, iets wat ik ook erg interessant vind en vaker zou willen doen. Voor uitgeverij Magonia heb ik zo’n achttien pagina’s van de debuutroman van Bertien Minco Liever niet op reis naar het Engels vertaald. Bertien blijkt in een grijs verleden ook nog geacteerd te hebben bij Theu Boermans, regisseur van De Revisor, kortom de wereld is klein.
Met het door mij vertaalde fragment kan de uitgever op de boekenbeurs in Frankfurt komende maand de boer op om te kijken of er buitenlandse uitgevers in geïnteresseerd zijn. Het (niet door mij geschreven, wel door mij vertaalde) tekstje van het informatieblad bij het fragment:

Her silence held everything, the immense sadness, the inability to tell the story and the rage because no one, including me, could ever understand what she had been through.

Rivka’s Jewish family never spoke about their wartime experiences. When Rivka starts searching for the past, she decides to interview her mother and aunts, all survivors of the Holocaust. She also accompanies a friend on an organized Buddhist trip to Auschwitz, wanting to investigate right there what names, dates and stories may teach her.

Bertien Minco (Groningen, 1963) worked in theatre, for radio and is managing director of the organization Jeugdcultuurfonds (‘youth culture fund’) which she founded. She has been doing research on her family history for a number of years. ‘Not going anywhere’ is her debut novel.

 

OMSLAG_liever-niet-op-reis-188x300

 

 

Grote plannen – project Nieuw Noors Toneel

Sinds de herfst van 2015 ben ik in samenwerking met uitgeverij De Nieuwe Toneelbibliotheek in Amsterdam bezig met een plan dat langzamerhand vaste vorm begint aan te nemen. Uitgangspunt was mijn eigen constatering dat  er op het moment nauwelijks kennis is van het contemporaine Scandinavische toneel in Nederland, zeker in de theatersector. Na heel wat gesprekken met zowel Noorse als Nederlandse theatermakers, dramaturgen en auteurs is het resultaat een uitgewerkt plan voor het vertalen en gelijktijdig publiceren van vijf Noorse toneelauteurs medio mei 2017. Het is de bedoeling dat samen met deze vijf primaire titels ook een zesde zal verschijnen, met begeleidende secundaire teksten over de Noorse en Nederlandse theaterpraktijk van het moment. Deze uitgave – zowel in set als losse titels – zal bovendien op de voet worden gevolgd door een ééndagsfestival in Amsterdam.

Op het moment is het aanvragen van subsidie voor dit project bij de verschillende nationale en Europese fondsen in volle gang; een aparte tak van sport waar flink wat tijd in gaat zitten. Om een idee te geven: een aanvraag compleet met relevante bijlagen beslaat al snel veertig pagina’s.  Medio herfst 2016 moet bekend zijn of dit project in zijn huidige vorm doorgang kan vinden. Alle plannen zijn dus vooralsnog afhankelijk van het toekennen van subsidie.

Er zijn vijf toneelauteurs geselecteerd voor dit project, die in eigen land hun sporen ruim verdiend hebben maar in Nederland nog (nagenoeg) onbekend zijn. Alle gekozen stukken zijn reeds in verschillende talen vertaald en gespeeld. Met de Nederlandse theaterpraktijk in gedachte is bij de selectie gekozen voor één grote zaal-voorstelling, drie kleine zaal-voorstellingen en een jeugdvoorstelling. De gekozen auteurs en stukken zijn, in willekeurige volgorde:

  1. Jesper Halle (‘Lilleskogen’)
  2. Tale Naess (‘Strømmer’ en ‘Vilde’)
  3. Maria Tryti Vennerød (‘Rein Natur’)
  4. Fredrik Brattberg (‘Tilbakekomstene’)
  5. Kristofer Blindheim Grønskag (‘Satellitter på himmelen’)

Als toneelvertalers zijn Tom Kleijn, Gerardjan Rijnders, Eline Jongsma en ikzelf bij dit project betrokken. Het was van meet af aan mijn overtuiging dat meerdere individuele ‘vertaalstemmen’ het geheel alleen maar ten goede zullen komen, en ik ben buitengewoon verheugd met de medewerking van deze vertalers.

Wanneer alles volgens plan gaat zal eind mei 2017 de ‘Dag van het nieuwe Noorse toneel’ plaatsvinden in theater Bellevue in Amsterdam. Tijdens deze Dag zullen, naast een aanbod van relevante randactiviteiten en een Noorse daghap in café-restaurant De Smoeshaan, scènes uit alle vijf vertaalde stukken gelezen worden door gerenommeerde Nederlandse gezelschappen. Het Nationale Toneel, Toneelgroep Oostpool en De Toneelmakerij hebben hun medewerking reeds toegezegd.

Wanneer er aanleiding toe is zal ik van tijd tot tijd de voortgang van het project op deze website bespreken.

november 2015: in Oslo om de plannen te bespreken
november 2015: in Oslo om de plannen te bespreken

Column over toneelvertalen voor tijdschrift Filter

In week 23 mocht ik de ‘Vrijdag Vertaaldag’–column verzorgen voor de online-versie van Filter, tijdschrift over vertalen. Hij gaat over het Grote Verschil tussen het vertalen van toneel en het vertalen van (literair) proza – bestaat dat eigenlijk wel?  Dit is mijn eerste bijdrage voor Vrijdag vertaaldag; er zijn er meer in voorbereiding.
Hier kun je hem lezen op de website van Filter. 

Filter Online week 23

Zijn of niet zijn: over toneelvertalers

Vertalers die zich vooral op het professionele toneel richten – zoals ik – zijn in Nederland vrij zeldzaam op het moment, helemaal onder de pensioengerechtigde leeftijd. Dat heeft vast te maken met de niet optimale kansen op betaald werk: na twee kabinetten Rutte is de spoeling in de sector dun. Ik zocht onlangs naar ervaren toneelvertalers voor een Noors toneelstuk, maar dat bleek niet eenvoudig. Vertalers zat, maar zonder de noodzakelijke ervaring met toneel, en toneelvertalen is echt een specialisatie. Schijnt.

Wat maakt drama zo anders dan literair proza, dat er aparte tarieven gelden voor vertalingen en vertalers van de twee genres elkaar nauwelijks tegenkomen? Is het niet gewoon een kwestie van extreme ons-kent-ons mentaliteit (aan beide kanten, overigens) die de rijen naar buiten toe ferm gesloten houdt en een rookgordijn optrekt dat moet verhullen dat er eigenlijk nauwelijks verschil bestaat? Gevraagd om iets te schrijven over mijn vakgebied, waar ik graag en enthousiast over praat, merkte ik dat het nog niet zo simpel is om dat hypothetische verschil te benoemen. Ik denk wel dat het er is, en zal proberen uit te leggen waarom.

Dus: wat is het verschil tussen het vertalen van literair proza en drama? Op het eerste gezicht is er vooral veel hetzelfde. Specifieke vertaalproblemen in toneelstukken verschillen niet of nauwelijks van wat een vertaler van proza tegenkomt; en vragen dezelfde combinatie van ‘harde’ vaktechnische kennis en ‘zachte’ taalgevoeligheid. De handvol praktische vuistregels waar een goede toneelvertaling bovendien aan moet voldoen valt wel uit te leggen; dat zijn technieken die je kunt leren toepassen. Ook het jargon kun je je eigen maken.[1] Ingaan op dat soort details is echter de vraag naar het Grote Verschil omzeilen: als elke literair vertaler met een stuk of wat van dat soort trucjes een goede toneelvertaling kan produceren, lijkt er weinig reden om het als een serieuze specialisatie te zien. Daar zit het hem dus niet in, maar waarin dan wel?

Je kunt beargumenteren dat (het vertalen van) drama eerder te vergelijken is met poëzie dan met proza. De klank-, vorm- en ritmeaspecten die niet, of veel minder, inherent zijn aan literair proza zijn voor drama van groot belang.

Ik doel dan niet op voor de hand liggende voorbeelden als het werk van een Shakespeare of Schiller, dat wemelt van klassiek-lyrische aspecten als metrum en rijm, maar juist op hedendaags toneel, dat op het eerste gezicht niet veel verschilt van ander literair proza, hooguit met meer witregels op de pagina. Het grote verschil zit hem in de receptie – en nu raken we aan de kern van de zaak: het gaat hier namelijk om niets meer of minder dan de verschillen tussen een schriftelijke en een orale verteltraditie.

Een toneelstuk is immers niet geschreven om te lezen; de tekst is slechts een (wezenlijk) onderdeel van de voorstelling die het einddoel is. Het publiek leest niet zelf, het hoort de tekst uit de mond van acteurs, ondersteund door theatrale middelen (licht, geluid, scenografie). Een complexe boodschap – toneel gaat vaak over diepgaande politieke en sociale kwesties – moet dus om te beginnen duidelijk verwoord zijn, want het publiek kan niet even terugbladeren om iets te herlezen. Om die boodschap over te brengen bevat een toneelstuk zelf ook al (tekstuele) hulpmiddelen, zoals herhaling en het gebruik van aspect/nadruk.

Voor de vertaler is het vooral belangrijk om een taal te vinden die een acteur natuurlijk en vloeiend kan uitspreken, zodat het publiek hem in één keer meekrijgt – dan ‘bekt’ een tekst, en dat is de bedoeling. Zoals bij alle literatuur gaat het bij drama echter evenzeer om de vorm als om de boodschap. De tekst moet dus ook in vertaling zijn literaire kwaliteiten behouden.

Een toneelvertaler hoeft natuurlijk niet het wiel uit te vinden; hij of zij werkt immers met tekst die geschreven is voor toneel door iemand die dit, als het goed is, allemaal ook weet. Hij moet er alleen wel voor zorgen dat de aandacht voor vorm, klank en ritme in de vertaling overeind blijft, zonder de inhoud in de weg te zitten – net als bij poëzie. De vertaler moet zich er bovendien van bewust blijven dat de vertaling oraal overgebracht wordt. Om aan al die eisen te kunnen voldoen, moet je ook nog weten wat werkt op het toneel, en wat niet.

Dus: na een paar maanden vanachter je monitor je huisgenoten of huisdieren gek te hebben gemaakt met je gemompel (het voor jezelf uitspreken van de tekst is een goed middel om te zien of hij bekt) heb je een vertaling in het juiste register, de originele vormaspecten goeddeels behouden, met genoeg clausen die een acteur mooi kan ‘poneren’, soepel mondeling voor te dragen enzovoort. Je hebt je kortom netjes aan alle do’s en don’ts gehouden. Succes verzekerd? Niet helemaal, want er is nog één ding: toneel gaat ook nadrukkelijk over de tekst tússen de regels.

Een voorstelling bestaat ook uit non-verbale aspecten: de al genoemde visuele middelen, maar ook de uitdrukkingsmogelijkheden die een acteur tot zijn (haar) beschikking heeft: stem, gezicht en lichaam. Waar pauzes vallen, op welke toon iets gezegd wordt, hoe iemand kijkt – dat zijn betekenisdragende toevoegingen aan de tekst. Een regisseur kan die ondersteunend, met de tekst mee gebruiken, of tegen de tekst in: een acteur beweert A, maar uit de toon waarop, zijn blik of zijn bewegingen blijkt dat hij B bedoelt. Een regisseur houdt zich weliswaar (in grote lijnen) aan de bestaande tekst, maar legt hiermee in meer of mindere mate een eigen accent. Hoe goed hij of zij dit soort middelen weet te gebruiken, bepaalt mede het verschil tussen een goede en een slechte regie. Wanneer er niets mee wordt gedaan, of er is niet over nagedacht (zoals vaak bij amateurtoneel), kun je het eigenlijk net zo goed bij een voorlezing laten. ‘Je moet het niet vertellen, maar spelen’ is dan ook een veelgehoorde regieaanwijzing aan acteurs. Als vertaler moet je dus iets te spelen overlaten. Dat wil zeggen: de openingen die elk goed toneelstuk biedt niet dichttimmeren.

Dat is minder vanzelfsprekend dan het misschien lijkt. Interpretatie is zeer verleidelijk en ligt altijd op de loer, maar een vertaling is geen bewerking; dat onderscheid is wat mij betreft in beton gegoten – juist omdat een (vertaalde) tekst voor een voorstelling bijna altijd bewerkt wordt. Veel stukken zijn in hun originele vorm te lang en worden ingekort. De regisseur of dramaturg benadrukt de aspecten die zijn (haar) invalshoek benadrukken en schrapt wat hij overbodig vindt. Soms wordt er ook tekst toegevoegd: van enkele zinnetjes tot een heel personage of een complete akte. Hoe dan ook, voor elke bewerking is een correcte vertaling als uitgangspunt van wezenlijk belang.

Hoe ontwikkel je gevoel voor wat werkt op het podium? Anders dan taalgevoel hoeft dat gelukkig niet aangeboren te zijn: het komt vanzelf als je vaak genoeg naar het theater gaat; toneelstukken lezen is niet genoeg. Het bijwonen van repetities als je de kans krijgt helpt ook enorm. Dezelfde voorstelling vaker zien vind ik zelf nog steeds erg leuk en leerzaam: door de vaak korte repetitieperiodes zijn de meeste voorstellingen op de première nog maar net af. Het verschil met een van de laatste voorstellingen van de tournee is soms enorm: het is het verschil tussen een acteur die jouw tekst helemaal in de vingers heeft en er letterlijk mee kan spelen, en één die stijf staat van de premièrezenuwen (ook de pro’s hebben er meer last van dan je denkt) en vooral bezig is met wat er ook weer op het allerlaatste moment geschrapt of veranderd was.

Tot zover het grote verschil tussen de genres. Het is er wel degelijk, maar het vormt zeker geen onneembare hindernis Je kunt als prozavertaler best ook toneel vertalen, als je maar bereid bent de noodzakelijke investering te maken: veel naar het theater gaan en je verdiepen in de wereld rond de voorstelling. Financieel kan dat een flinke aderlating zijn, maar voor de brutaleren onder ons: collegakorting is niet ongebruikelijk.

Ten slotte is een zekere liefde voor het theater onontbeerlijk om het allemaal leuk te (blijven) vinden: veel avonden van huis zijn, op premières opdraven (netwerken!), het hele land afreizen om een bijzondere productie te zien, je uiterste best doen om alle namen te onthouden – leve Facebook –, het jargon aanleren en zorgen dat je weet wat er (letterlijk) speelt. Niet op de lange tenen van getalenteerde, maar grillige ego’s trappen en je niet in de war laten brengen door de schone schijn van het theater. Wie zich hierdoor niet uit het veld laat slaan, is wat mij betreft van harte welkom om de gelederen te komen versterken. Want, niet te vergeten: bijna niets is zo leuk als wanneer een volle schouwburg merkbaar reageert op jóúw vertaalvondst, die, gebracht door een goede acteur, precies zo blijkt te werken als hij moet.

[1] Warm aanbevolen: Drie kluiten op een hondje, klein lexicon van het theater. Rob Klinkenberg, ITMB 2005

Juryrapport Nederland Vertaalt

Afgelopen zaterdag (19 maart) was de Vertaaldag van het Prins Bernhard Cultuurfonds, waarvoor ik het sonnet ‘Love is not all’ van Edna St. Vincent Millay vertaalde. Helaas, winnaar in de categorie Engels-Nederlands ben ik niet geworden (gefeliciteerd Erik Honders), maar ik ben nog steeds erg in mijn nopjes met de nominatie en het juryrapport. Een stukje daaruit:

De vertaling van Maaike van Rijn (…)  is wat meer gedragen van toon, maar valt op door het goed lopende ritme. Opvallend is ook de titel (‘Liefde heeft niet zoveel belang’), die verder door niemand zo vertaald werd en de lading misschien niet helemaal dekt, maar wel duidelijk laat zien dat dit een vertaalster is die niet opteert voor de meest voor de hand liggende oplossing. Dat blijkt eigenlijk in elke regel opnieuw, en daarbij is er grote aandacht voor de klank. De voorkeur gaat vaak uit naar woorden die elkaar qua klank herhalen en in betekenis versterken: ‘laat zich bij dorst niet drinken’, ‘arme drenkeling’, ‘een drijvend vlot’, ‘een man met ademnood’, ‘lonken velen al bij leven willig naar de dood’. Je zou ook kunnen aanvoeren dat door dit soort keuzes een zekere redundantie optreedt, bij het laatste voorbeeld kun je je afvragen op welk ander moment (dan bij leven) iemand zou kunnen lonken naar de dood, maar het klinkt wel erg mooi. In een prachtige volzin zijn de moeilijkste regels uit het gedicht vertaald, met een mooie alliteratie in ‘Kapot van pijn, creperend, kreunend om een kort respijt’, die qua sensitiviteit bijzonder goed past bij het vervolg: ‘Ziek van behoefte en onmachtig langer te verduren’. Heel mooi vond de jury de vertaaloplossing: ‘Het kan zijn dat ik ooit […] Jouw liefde ruilen moet voor een moment vergetelheid’.”

De jury bestond uit Rob van Essen,  Caroline Meijer en Maria Postema. Mijn enige opmerking bij het rapport is, dat de genoemde gedragenheid een bewuste keuze was, in mijn optiek in overeenstemming met het origineel.

Voor het volledige juryrapport, de vertaalopgave en de nominaties: pagina Nederland Vertaalt

download

Nominatie Nederland Vertaalt

Gisteren kreeg ik bericht dat mijn vertaling van het gedicht ‘Love is not all’ van Edna St. Vincent Millay is genomineerd als een van de vijf beste inzendingen voor de vertaalwedstrijd Nederland Vertaalt van het Prins Bernhard Cultuurfonds. Ik kan niet ontkennen dat ik daar apetrots op ben. Inmiddels staan de genomineerde vertalingen online op www.nederlandvertaalt.nl en op 19 maart wordt de prijswinnaar bekend gemaakt.


LOVE IS NOT ALL

Love is not all: it is not meat nor drink
Nor slumber nor a roof against the rain;
Nor yet a floating spar to men that sink
And rise and sink and rise and sink again;
Love can not fill the thickened lung with breath,
Nor clean the blood, nor set the fractured bone;
Yet many a man is making friends with death
Even as I speak, for lack of love alone.
It well may be that in a difficult hour,
Pinned down by pain and moaning for release,
Or nagged by want past resolution’s power,
I might be driven to sell your love for peace,
Or trade the memory of this night for food.
It well may be. I do not think I would.

Edna St. Vincent Millay (1892 – 1950)
Uit: The New Anthology of American Poetry: Modernisms, 1900-1950 (Ed. Steven Gould Axelrod, Camille Roman, Thomas J. Travisano, Rutgers University Press 2005)


 LIEFDE HEEFT NIET ZO VEEL BELANG

Liefde heeft niet zo veel belang: bij regen helpt ze slecht
Ze kan geen honger stillen en laat zich bij dorst niet drinken;
Noch vindt de arme drenkeling die voor zijn leven vecht
Bij haar een drijvend vlot om niet voor eeuwig weg te zinken;
Liefde is geen zuurstof voor een man met ademnood,
Spalkt geen gebroken botten en schenkt ook geen lafenis;
Maar velen lonken al bij leven willig naar de dood
Omdat een leven liefdeloos niet levenswaardig is.
Het kan zijn dat ik ooit, wanhopig, in mijn zwartste uren,
Kapot van pijn, creperend, kreunend om een tel respijt,
Gek van begeerte en onmachtig langer te verduren,
Jouw liefde ruilen moet voor een moment vergetelheid,
Of wat ik mij van ons herinner voor wat water bied.
Het kan zijn dat ik zoiets doe. Toch denk ik nu van niet.

Edna St. Vincent Millay
vertaling Maaike van Rijn

De revisor: labberdaan! labberdaan!

Op 16 januari ging De revisor van Nikolaj Gogol in première bij het Nationale Toneel in Den Haag, in een vertaling van Maaike van Rijn en een bewerking en regie van Theu Boermans.

De Nederlandse Toneeljury heeft de voorstelling inmiddels tot één van de zes beste grote zaal-voorstellingen van seizoen 2015-2016 benoemd. Dat is niet alles: hoofdrolspeler Joris Smit werd genomineerd voor de Louis d’Or (beste mannelijke hoofdrol) en Mark Rietman voor de Arlecchino (beste mannelijke bijrol).

De Nederlandse Toneeljury:
“Regisseur Theu Boermans pakt uit bij zijn Nationale Toneel met een ingrijpende bewerking van Gogols beroemde satire. Zijn Revisor is prachtig toegesneden op het hier en nu, met heerlijk herkenbare ploeterende personages die het met zichzelf toch steeds wat beter voor hebben dan met de ander – en daar uiteindelijk niet mee weg komen. Kleine corruptie en grote gebaren strijden bij de personages om voorrang in deze oergeestige, actuele voorstelling waarin de grote acteursgroep haar komisch talent laat flonkeren.”

Kijk hier voor het volledige juryrapport over de voorstelling.

 

Joris Smit in De revisor (c) Kurt van der Elst
Joris Smit in De revisor (c) Kurt van der Elst

Keeping up with the Kapulets

Voor de Britse beeldend kunstenaar Sarah Maple verzorgde Maaike van Rijn de ondertitels bij haar film Keeping up with the Kapulets (bekijk trailer op YouTube). Deze film werd op 8 maart 2015 gepresenteerd in Paradiso Amsterdam, in het kader van het tienjarig bestaan van het festival Women in Paradise.

Keeping Up With The Kapulets sees actors in full period costume recreate an episode of Keeping up with the Kardashians, word for word, in the context of a classic Shakespearean theatre production.

A Film By Sarah Maple
Performed by Pitchy Breath Theatre Company
With thanks to Arts Council England

Sarah Maple, Fighting Fire with Fire Number 2, 2008, photograph
Sarah Maple, Fighting Fire with Fire Number 2, 2008, photograph

Literaire vertalingen