Column over toneelvertalen voor tijdschrift Filter

In week 23 mocht ik de ‘Vrijdag Vertaaldag’–column verzorgen voor de online-versie van Filter, tijdschrift over vertalen. Hij gaat over het Grote Verschil tussen het vertalen van toneel en het vertalen van (literair) proza – bestaat dat eigenlijk wel?  Dit is mijn eerste bijdrage voor Vrijdag vertaaldag; er zijn er meer in voorbereiding.
Hier kun je hem lezen op de website van Filter. 

Filter Online week 23

Zijn of niet zijn: over toneelvertalers

Vertalers die zich vooral op het professionele toneel richten – zoals ik – zijn in Nederland vrij zeldzaam op het moment, helemaal onder de pensioengerechtigde leeftijd. Dat heeft vast te maken met de niet optimale kansen op betaald werk: na twee kabinetten Rutte is de spoeling in de sector dun. Ik zocht onlangs naar ervaren toneelvertalers voor een Noors toneelstuk, maar dat bleek niet eenvoudig. Vertalers zat, maar zonder de noodzakelijke ervaring met toneel, en toneelvertalen is echt een specialisatie. Schijnt.

Wat maakt drama zo anders dan literair proza, dat er aparte tarieven gelden voor vertalingen en vertalers van de twee genres elkaar nauwelijks tegenkomen? Is het niet gewoon een kwestie van extreme ons-kent-ons mentaliteit (aan beide kanten, overigens) die de rijen naar buiten toe ferm gesloten houdt en een rookgordijn optrekt dat moet verhullen dat er eigenlijk nauwelijks verschil bestaat? Gevraagd om iets te schrijven over mijn vakgebied, waar ik graag en enthousiast over praat, merkte ik dat het nog niet zo simpel is om dat hypothetische verschil te benoemen. Ik denk wel dat het er is, en zal proberen uit te leggen waarom.

Dus: wat is het verschil tussen het vertalen van literair proza en drama? Op het eerste gezicht is er vooral veel hetzelfde. Specifieke vertaalproblemen in toneelstukken verschillen niet of nauwelijks van wat een vertaler van proza tegenkomt; en vragen dezelfde combinatie van ‘harde’ vaktechnische kennis en ‘zachte’ taalgevoeligheid. De handvol praktische vuistregels waar een goede toneelvertaling bovendien aan moet voldoen valt wel uit te leggen; dat zijn technieken die je kunt leren toepassen. Ook het jargon kun je je eigen maken.[1] Ingaan op dat soort details is echter de vraag naar het Grote Verschil omzeilen: als elke literair vertaler met een stuk of wat van dat soort trucjes een goede toneelvertaling kan produceren, lijkt er weinig reden om het als een serieuze specialisatie te zien. Daar zit het hem dus niet in, maar waarin dan wel?

Je kunt beargumenteren dat (het vertalen van) drama eerder te vergelijken is met poëzie dan met proza. De klank-, vorm- en ritmeaspecten die niet, of veel minder, inherent zijn aan literair proza zijn voor drama van groot belang.

Ik doel dan niet op voor de hand liggende voorbeelden als het werk van een Shakespeare of Schiller, dat wemelt van klassiek-lyrische aspecten als metrum en rijm, maar juist op hedendaags toneel, dat op het eerste gezicht niet veel verschilt van ander literair proza, hooguit met meer witregels op de pagina. Het grote verschil zit hem in de receptie – en nu raken we aan de kern van de zaak: het gaat hier namelijk om niets meer of minder dan de verschillen tussen een schriftelijke en een orale verteltraditie.

Een toneelstuk is immers niet geschreven om te lezen; de tekst is slechts een (wezenlijk) onderdeel van de voorstelling die het einddoel is. Het publiek leest niet zelf, het hoort de tekst uit de mond van acteurs, ondersteund door theatrale middelen (licht, geluid, scenografie). Een complexe boodschap – toneel gaat vaak over diepgaande politieke en sociale kwesties – moet dus om te beginnen duidelijk verwoord zijn, want het publiek kan niet even terugbladeren om iets te herlezen. Om die boodschap over te brengen bevat een toneelstuk zelf ook al (tekstuele) hulpmiddelen, zoals herhaling en het gebruik van aspect/nadruk.

Voor de vertaler is het vooral belangrijk om een taal te vinden die een acteur natuurlijk en vloeiend kan uitspreken, zodat het publiek hem in één keer meekrijgt – dan ‘bekt’ een tekst, en dat is de bedoeling. Zoals bij alle literatuur gaat het bij drama echter evenzeer om de vorm als om de boodschap. De tekst moet dus ook in vertaling zijn literaire kwaliteiten behouden.

Een toneelvertaler hoeft natuurlijk niet het wiel uit te vinden; hij of zij werkt immers met tekst die geschreven is voor toneel door iemand die dit, als het goed is, allemaal ook weet. Hij moet er alleen wel voor zorgen dat de aandacht voor vorm, klank en ritme in de vertaling overeind blijft, zonder de inhoud in de weg te zitten – net als bij poëzie. De vertaler moet zich er bovendien van bewust blijven dat de vertaling oraal overgebracht wordt. Om aan al die eisen te kunnen voldoen, moet je ook nog weten wat werkt op het toneel, en wat niet.

Dus: na een paar maanden vanachter je monitor je huisgenoten of huisdieren gek te hebben gemaakt met je gemompel (het voor jezelf uitspreken van de tekst is een goed middel om te zien of hij bekt) heb je een vertaling in het juiste register, de originele vormaspecten goeddeels behouden, met genoeg clausen die een acteur mooi kan ‘poneren’, soepel mondeling voor te dragen enzovoort. Je hebt je kortom netjes aan alle do’s en don’ts gehouden. Succes verzekerd? Niet helemaal, want er is nog één ding: toneel gaat ook nadrukkelijk over de tekst tússen de regels.

Een voorstelling bestaat ook uit non-verbale aspecten: de al genoemde visuele middelen, maar ook de uitdrukkingsmogelijkheden die een acteur tot zijn (haar) beschikking heeft: stem, gezicht en lichaam. Waar pauzes vallen, op welke toon iets gezegd wordt, hoe iemand kijkt – dat zijn betekenisdragende toevoegingen aan de tekst. Een regisseur kan die ondersteunend, met de tekst mee gebruiken, of tegen de tekst in: een acteur beweert A, maar uit de toon waarop, zijn blik of zijn bewegingen blijkt dat hij B bedoelt. Een regisseur houdt zich weliswaar (in grote lijnen) aan de bestaande tekst, maar legt hiermee in meer of mindere mate een eigen accent. Hoe goed hij of zij dit soort middelen weet te gebruiken, bepaalt mede het verschil tussen een goede en een slechte regie. Wanneer er niets mee wordt gedaan, of er is niet over nagedacht (zoals vaak bij amateurtoneel), kun je het eigenlijk net zo goed bij een voorlezing laten. ‘Je moet het niet vertellen, maar spelen’ is dan ook een veelgehoorde regieaanwijzing aan acteurs. Als vertaler moet je dus iets te spelen overlaten. Dat wil zeggen: de openingen die elk goed toneelstuk biedt niet dichttimmeren.

Dat is minder vanzelfsprekend dan het misschien lijkt. Interpretatie is zeer verleidelijk en ligt altijd op de loer, maar een vertaling is geen bewerking; dat onderscheid is wat mij betreft in beton gegoten – juist omdat een (vertaalde) tekst voor een voorstelling bijna altijd bewerkt wordt. Veel stukken zijn in hun originele vorm te lang en worden ingekort. De regisseur of dramaturg benadrukt de aspecten die zijn (haar) invalshoek benadrukken en schrapt wat hij overbodig vindt. Soms wordt er ook tekst toegevoegd: van enkele zinnetjes tot een heel personage of een complete akte. Hoe dan ook, voor elke bewerking is een correcte vertaling als uitgangspunt van wezenlijk belang.

Hoe ontwikkel je gevoel voor wat werkt op het podium? Anders dan taalgevoel hoeft dat gelukkig niet aangeboren te zijn: het komt vanzelf als je vaak genoeg naar het theater gaat; toneelstukken lezen is niet genoeg. Het bijwonen van repetities als je de kans krijgt helpt ook enorm. Dezelfde voorstelling vaker zien vind ik zelf nog steeds erg leuk en leerzaam: door de vaak korte repetitieperiodes zijn de meeste voorstellingen op de première nog maar net af. Het verschil met een van de laatste voorstellingen van de tournee is soms enorm: het is het verschil tussen een acteur die jouw tekst helemaal in de vingers heeft en er letterlijk mee kan spelen, en één die stijf staat van de premièrezenuwen (ook de pro’s hebben er meer last van dan je denkt) en vooral bezig is met wat er ook weer op het allerlaatste moment geschrapt of veranderd was.

Tot zover het grote verschil tussen de genres. Het is er wel degelijk, maar het vormt zeker geen onneembare hindernis Je kunt als prozavertaler best ook toneel vertalen, als je maar bereid bent de noodzakelijke investering te maken: veel naar het theater gaan en je verdiepen in de wereld rond de voorstelling. Financieel kan dat een flinke aderlating zijn, maar voor de brutaleren onder ons: collegakorting is niet ongebruikelijk.

Ten slotte is een zekere liefde voor het theater onontbeerlijk om het allemaal leuk te (blijven) vinden: veel avonden van huis zijn, op premières opdraven (netwerken!), het hele land afreizen om een bijzondere productie te zien, je uiterste best doen om alle namen te onthouden – leve Facebook –, het jargon aanleren en zorgen dat je weet wat er (letterlijk) speelt. Niet op de lange tenen van getalenteerde, maar grillige ego’s trappen en je niet in de war laten brengen door de schone schijn van het theater. Wie zich hierdoor niet uit het veld laat slaan, is wat mij betreft van harte welkom om de gelederen te komen versterken. Want, niet te vergeten: bijna niets is zo leuk als wanneer een volle schouwburg merkbaar reageert op jóúw vertaalvondst, die, gebracht door een goede acteur, precies zo blijkt te werken als hij moet.

[1] Warm aanbevolen: Drie kluiten op een hondje, klein lexicon van het theater. Rob Klinkenberg, ITMB 2005

Juryrapport Nederland Vertaalt

Afgelopen zaterdag (19 maart) was de Vertaaldag van het Prins Bernhard Cultuurfonds, waarvoor ik het sonnet ‘Love is not all’ van Edna St. Vincent Millay vertaalde. Helaas, winnaar in de categorie Engels-Nederlands ben ik niet geworden (gefeliciteerd Erik Honders), maar ik ben nog steeds erg in mijn nopjes met de nominatie en het juryrapport. Een stukje daaruit:

De vertaling van Maaike van Rijn (…)  is wat meer gedragen van toon, maar valt op door het goed lopende ritme. Opvallend is ook de titel (‘Liefde heeft niet zoveel belang’), die verder door niemand zo vertaald werd en de lading misschien niet helemaal dekt, maar wel duidelijk laat zien dat dit een vertaalster is die niet opteert voor de meest voor de hand liggende oplossing. Dat blijkt eigenlijk in elke regel opnieuw, en daarbij is er grote aandacht voor de klank. De voorkeur gaat vaak uit naar woorden die elkaar qua klank herhalen en in betekenis versterken: ‘laat zich bij dorst niet drinken’, ‘arme drenkeling’, ‘een drijvend vlot’, ‘een man met ademnood’, ‘lonken velen al bij leven willig naar de dood’. Je zou ook kunnen aanvoeren dat door dit soort keuzes een zekere redundantie optreedt, bij het laatste voorbeeld kun je je afvragen op welk ander moment (dan bij leven) iemand zou kunnen lonken naar de dood, maar het klinkt wel erg mooi. In een prachtige volzin zijn de moeilijkste regels uit het gedicht vertaald, met een mooie alliteratie in ‘Kapot van pijn, creperend, kreunend om een kort respijt’, die qua sensitiviteit bijzonder goed past bij het vervolg: ‘Ziek van behoefte en onmachtig langer te verduren’. Heel mooi vond de jury de vertaaloplossing: ‘Het kan zijn dat ik ooit […] Jouw liefde ruilen moet voor een moment vergetelheid’.”

De jury bestond uit Rob van Essen,  Caroline Meijer en Maria Postema. Mijn enige opmerking bij het rapport is, dat de genoemde gedragenheid een bewuste keuze was, in mijn optiek in overeenstemming met het origineel.

Voor het volledige juryrapport, de vertaalopgave en de nominaties: pagina Nederland Vertaalt

download

Nominatie Nederland Vertaalt

Gisteren kreeg ik bericht dat mijn vertaling van het gedicht ‘Love is not all’ van Edna St. Vincent Millay is genomineerd als een van de vijf beste inzendingen voor de vertaalwedstrijd Nederland Vertaalt van het Prins Bernhard Cultuurfonds. Ik kan niet ontkennen dat ik daar apetrots op ben. Inmiddels staan de genomineerde vertalingen online op www.nederlandvertaalt.nl en op 19 maart wordt de prijswinnaar bekend gemaakt.


LOVE IS NOT ALL

Love is not all: it is not meat nor drink
Nor slumber nor a roof against the rain;
Nor yet a floating spar to men that sink
And rise and sink and rise and sink again;
Love can not fill the thickened lung with breath,
Nor clean the blood, nor set the fractured bone;
Yet many a man is making friends with death
Even as I speak, for lack of love alone.
It well may be that in a difficult hour,
Pinned down by pain and moaning for release,
Or nagged by want past resolution’s power,
I might be driven to sell your love for peace,
Or trade the memory of this night for food.
It well may be. I do not think I would.

Edna St. Vincent Millay (1892 – 1950)
Uit: The New Anthology of American Poetry: Modernisms, 1900-1950 (Ed. Steven Gould Axelrod, Camille Roman, Thomas J. Travisano, Rutgers University Press 2005)


 LIEFDE HEEFT NIET ZO VEEL BELANG

Liefde heeft niet zo veel belang: bij regen helpt ze slecht
Ze kan geen honger stillen en laat zich bij dorst niet drinken;
Noch vindt de arme drenkeling die voor zijn leven vecht
Bij haar een drijvend vlot om niet voor eeuwig weg te zinken;
Liefde is geen zuurstof voor een man met ademnood,
Spalkt geen gebroken botten en schenkt ook geen lafenis;
Maar velen lonken al bij leven willig naar de dood
Omdat een leven liefdeloos niet levenswaardig is.
Het kan zijn dat ik ooit, wanhopig, in mijn zwartste uren,
Kapot van pijn, creperend, kreunend om een tel respijt,
Gek van begeerte en onmachtig langer te verduren,
Jouw liefde ruilen moet voor een moment vergetelheid,
Of wat ik mij van ons herinner voor wat water bied.
Het kan zijn dat ik zoiets doe. Toch denk ik nu van niet.

Edna St. Vincent Millay
vertaling Maaike van Rijn

De revisor: labberdaan! labberdaan!

Op 16 januari ging De revisor van Nikolaj Gogol in première bij het Nationale Toneel in Den Haag, in een vertaling van Maaike van Rijn en een bewerking en regie van Theu Boermans.

De Nederlandse Toneeljury heeft de voorstelling inmiddels tot één van de zes beste grote zaal-voorstellingen van seizoen 2015-2016 benoemd. Dat is niet alles: hoofdrolspeler Joris Smit werd genomineerd voor de Louis d’Or (beste mannelijke hoofdrol) en Mark Rietman voor de Arlecchino (beste mannelijke bijrol).

De Nederlandse Toneeljury:
“Regisseur Theu Boermans pakt uit bij zijn Nationale Toneel met een ingrijpende bewerking van Gogols beroemde satire. Zijn Revisor is prachtig toegesneden op het hier en nu, met heerlijk herkenbare ploeterende personages die het met zichzelf toch steeds wat beter voor hebben dan met de ander – en daar uiteindelijk niet mee weg komen. Kleine corruptie en grote gebaren strijden bij de personages om voorrang in deze oergeestige, actuele voorstelling waarin de grote acteursgroep haar komisch talent laat flonkeren.”

Kijk hier voor het volledige juryrapport over de voorstelling.

 

Joris Smit in De revisor (c) Kurt van der Elst
Joris Smit in De revisor (c) Kurt van der Elst

Keeping up with the Kapulets

Voor de Britse beeldend kunstenaar Sarah Maple verzorgde Maaike de ondertitels bij haar film Keeping up with the Kapulets (bekijk trailer op YouTube). Deze film werd op 8 maart 2015 gepresenteerd in Paradiso Amsterdam, in het kader van het tienjarig bestaan van het festival Women in Paradise.

Keeping Up With The Kapulets sees actors in full period costume recreate an episode of Keeping up with the Kardashians, word for word, in the context of a classic Shakespearean theatre production.

A Film By Sarah Maple
Performed by Pitchy Breath Theatre Company
With thanks to Arts Council England

Sarah Maple, Fighting Fire with Fire Number 2, 2008, photograph
Sarah Maple, Fighting Fire with Fire Number 2, 2008, photograph

Diverse werkzaamheden

Behalve de op deze site genoemde toneelvertalingen maakte Maaike van Rijn ook (werk)vertalingen naar het Engels van Leger (Running on Empty) voor Rik van den Bos en van de mimografie van Tussen (Between) voor Boukje Schweigman (Schweigman&).

In opdracht van Tom Kleijn vertaalde ze alles wat met paarden te maken had voor zijn vertaling van War Horse van Michael Morpurgo (Joop van den Ende Theaterproducties i.s.m. Koninklijk Theater Carre, Stichting Theateralliantie, Holland Festival).

War Horse
War Horse

Deze ogen

Deze ogen (Desse auga, 2008) is een van de laatste stukken van Jon Fosse. Met zijn alledaagse maar poëtische taal schrijft Fosse over de zee, de liefde en de dood. Deze ogen is maar één keer eerder opgevoerd, op het strand in Noorwegen. Maaike van Rijn maakte een nieuwe vertaling voor de  afstudeervoorstelling van Ingrid Askvik (Regie Opleiding, Theaterschool Amsterdam).

Maar
er is iets hier
iets dat zal zorgen
dat wij verdwijnen
en het is immens 

Een man en een vrouw ontmoeten elkaar bij de zee. Zo is het altijd geweest en zo zal het altijd zijn. Wij zullen hier altijd zijn, toch?
Een verhaal over de levensloop van de twee mensen, het verhaal van de mensheid op aarde en hoe wij proberen aan de dood te ontsnappen door de natuur te overwinnen. Maar kan dat wel?

Deze ogen is als tekstboekje te bestellen bij de Nieuwe Toneelbibliotheek.

Deze ogen
Boekuitgave Deze ogen, De Nieuwe Toneelbibliotheek, 2014

Like Me

In 2013 verzorgde Maaike de Engelse vertaling van Like Me (tekst Anna Maria Versloot, regie Judith Hofland). Like Me is een interactieve audio-/videotour op locatie, voor twee personen. De voorstelling speelde inmiddels op verschillende (internationale) festivals, zoals Oerol, Metropolis (Kopenhagen) en LaStrada (Graz).

We worden grootmeesters in het optrekken van een online beeld van onszelf. Of doen we in het dagelijks leven niet anders? Tegelijkertijd hebben we steeds meer behoefte aan echte ontmoetingen. Hoe oprecht is een ontmoeting tussen twee geconstrueerde identiteiten? Verschilt een echte ontmoeting nog wel van een virtuele?

Judith Hofland nodigt je uit lid te worden van haar eigen sociale netwerk. Zo sta je ook met alle andere wandelaars van de interactieve tour Like Me in verbinding. Je kan jezelf laten zien via statusupdates, foto’s en chatsessies.

Judith Hofland, Like Me
Judith Hofland, Like Me

De bosjes

In 2013 vertaalde Maaike  in samenwerking met en gecoacht door Tom Kleijn De Bosjes (Lilleskogen, 2004) van de Noorse schrijver Jesper Halle, voor de Amsterdamse Theaterschool. De voorstelling werd geregisseerd door Maren E. Bjørseth.
Inmiddels is een versie van deze vertaling, door Tom Kleijn, verschenen als tekstboekje bij uitgeverij De Nieuwe Toneelbibliotheek.

Er was iets met Julie Nilsen. Waarom huilde ze zo vaak? Omdat ze wratten had? Wie was de koning? Waar kwam die armband vandaan? Maar, nog belangrijker; wat was er met de bosjes?

Op de dag dat de Russische kosmonaut Gagarin zijn ruimtevlucht maakt, ontstaat een gat in het hek naar de bosjes. De bosjes waar niet gespeeld mag worden. Na deze dag zal niets meer hetzelfde zijn. Een groep jongvolwassenen kijkt terug op een jaar uit hun jeugd en probeert met de kennis van nu te achterhalen wat er toen is gebeurd.

“Pijn is pijn en vreugde is vreugde, zowel voor kinderen als voor volwassenen.” (Jesper Halle)

Affiche De bosjes
Affiche De bosjes

Literaire vertalingen